Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar de beste deal is niet altijd het product met de laagste prijs. Veel consumenten kijken naar de totaalprijs van een product, in plaats van naar de prijs voor een bepaalde hoeveelheid: de stuksprijs, ook wel prijs per eenheid genoemd.
Bedrijven kijken juist naar iets anders: de kostprijs per eenheid. Daarmee vinden ze inefficiënties, prijzen ze hun producten concurrerend en worden ze winstgevender. In dit artikel lees je hoe je de stuksprijs berekent en wat het verschil is tussen de kostprijs per eenheid voor een bedrijf en de prijs per eenheid voor een klant.
Wat is de stuksprijs?
De stuksprijs, of prijs per eenheid, is wat één eenheid van een product kost. Je rekent de prijs om naar een vaste meeteenheid, zoals per stuk, per kilogram of per liter. Bij producten die per gewicht of volume worden verkocht, spreek je ook wel van de kiloprijs of literprijs. Zo vergelijk je eerlijk verpakkingen met verschillende hoeveelheden van hetzelfde product.
Neem een pak sap van 1 liter dat € 4 kost, en een pak van 2 liter dat € 6,40 kost. Kijk je alleen naar de prijs op het schap, dan pak je misschien het pak van € 4. Maar de prijs per eenheid vertelt een ander verhaal:
- pak van 1 liter: € 4 / 1 liter = € 4 per liter;
- pak van 2 liter: € 6,40 / 2 liter = € 3,20 per liter.
Het grotere pak heeft dus een lagere prijs per liter en is daarmee de slimmere aankoop.
In Nederland zijn winkels en webshops bovendien verplicht om bij producten die per gewicht, volume of lengte worden verkocht ook de prijs per meeteenheid te tonen, zoals de prijs per kilo of per liter. Toch staat die prijs op het schapkaartje vaak in kleine letters, en is de meeteenheid niet altijd hetzelfde. Het ene product heeft bijvoorbeeld een prijs per kilogram, terwijl een vergelijkbaar product een prijs per 100 gram heeft. Als je dat begrijpt, zie je de echte waarde van een product.
Kostprijs per eenheid versus prijs per eenheid
De twee begrippen worden soms door elkaar gebruikt, maar de kostprijs per eenheid en de prijs per eenheid zijn twee kanten van dezelfde medaille.
Kostprijs per eenheid
De kostprijs per eenheid is wat een producent of verkoper kwijt is om één eenheid van een product te maken, in te kopen of te verkopen. Het gaat om alle kosten die een bedrijf maakt voor één product, nog voordat er een winstmarge bij komt. Het is een cruciaal cijfer voor je winstgevendheid en je prijsstrategie. Je berekent de kostprijs per eenheid door alle bijbehorende kosten op te tellen en te delen door het totale aantal geproduceerde eenheden. Die kosten vallen in twee hoofdgroepen: vaste en variabele kosten.
- Vaste kosten zijn kosten die niet afhangen van hoeveel je produceert, zoals de huur van een productieruimte, verzekeringen en onroerendezaakbelasting. De totale vaste kosten blijven gelijk, of je nu 100 of 10.000 eenheden maakt.
- Variabele kosten bewegen mee met je productie. Denk aan grondstoffen, arbeid in de productie en verpakkingen. Hoe meer je produceert, hoe hoger je totale variabele kosten. Ook andere indirecte kosten en sommige overheadkosten, zoals stroom voor machines, kunnen variëren. Soms hebben bedrijven ook te maken met trapsgewijs vaste kosten: kosten die vast zijn tot een bepaalde productie en stijgen zodra die grens wordt overschreden. Bijvoorbeeld een tweede productieleider aannemen zodra de productie een bepaald niveau haalt.
Prijs per eenheid
De prijs per eenheid is het bedrag dat klanten betalen voor één product. Die prijs bepaal je door de kostprijs per eenheid te nemen en daar een winstmarge bij op te tellen: de winst die je wilt maken op elke verkochte eenheid. De uiteindelijke prijs hangt ook af van de vraag in de markt, de waarde die klanten ervaren en de concurrentie.
Een bedrijf berekent de kostprijs per eenheid om zijn kosten in beeld te brengen. Een klant gebruikt de prijs per eenheid om de beste deal te vinden. Om winst te maken, zorgt een bedrijf ervoor dat de prijs per eenheid hoger is dan de kostprijs per eenheid.
Hoe bereken je de stuksprijs?
Je hebt geen ingewikkelde rekenmachine nodig: alleen de prijs, de hoeveelheid en een simpele deling. Zo bereken je de stuksprijs in vier stappen:
1. Zoek de totaalprijs van het product
Dit is het makkelijkste deel: de prijs die je aan de kassa of bij het afrekenen betaalt.
2. Bepaal de totale hoeveelheid en de meeteenheid
Kijk op de verpakking hoeveel erin zit. Dat staat aangegeven in gewicht, volume of aantal.
3. Zorg dat je dezelfde eenheid gebruikt
Dit is de belangrijkste stap als je prijzen per eenheid wilt vergelijken. Je kunt gram niet zomaar vergelijken met kilogram of milliliter met liter. Reken dus eerst een van de producten om naar dezelfde eenheid als het andere. Een omrekentool kan daarbij helpen..
4. Deel de totaalprijs door het aantal eenheden
De formule voor de stuksprijs is:
Stuksprijs = totaalprijs / aantal eenheden
Neem als voorbeeld keukenrollen. Je vergelijkt twee pakken:
- pak A: zes rollen voor € 9,99;
- pak B: acht rollen voor € 12,49.
De stuksprijs bereken je zo:
- pak A: € 9,99 / 6 rollen = € 1,67 per rol;
- pak B: € 12,49 / 8 rollen = € 1,56 per rol.
Pak B heeft dus een lagere prijs per rol en is de betere deal.
Hoe bereken je de kostprijs per eenheid?
De kostprijs per eenheid bereken je in vier stappen:
- Bepaal de totale vaste kosten.
- Bepaal de totale variabele kosten.
- Tel ze op tot de totale productiekosten.
- Bereken de kostprijs per eenheid.
Stel je een bedrijf voor dat luxe geurkaarsen maakt. Om een winstgevende verkoopprijs te bepalen, moet de eigenaar de kostprijs van één kaars berekenen, op basis van een maandproductie van 2.000 kaarsen. Daarvoor bepaal je eerst de totale kosten van het bedrijf: de vaste en de variabele kosten samen.
1. Bepaal de totale vaste kosten
Het kaarsenbedrijf heeft deze vaste kosten, die niet veranderen, hoeveel kaarsen er ook worden gemaakt:
- huur werkplaats: € 1.500;
- salarissen (manager en administratie): € 4.000;
- verzekering: € 200;
- abonnement voor website en marketing: € 300.
Totale vaste kosten: € 6.000
2. Bepaal de totale variabele kosten
De kaarsenmaker heeft deze variabele kosten per kaars, die stijgen met elke extra kaars:
- lont, was en geur: € 2,00;
- glazen pot en deksel: € 1,25;
- etiket en verpakkingsdoos: € 0,75.
Totale variabele kosten per kaars: € 2,00 + € 1,25 + € 0,75 = € 4
Voor de totale variabele kosten van de maand vermenigvuldig je dit met het aantal kaarsen:
Totale variabele kosten: € 4 per kaars × 2.000 kaarsen = € 8.000
3. Tel ze op tot de totale productiekosten
De totale kosten zijn de som van alle vaste en variabele kosten in de maand:
Totale kosten = totale vaste kosten + totale variabele kosten
Totale kosten = € 6.000 + € 8.000 = € 14.000
4. Bereken de kostprijs per eenheid
Deel tot slot de totale productiekosten door het aantal geproduceerde eenheden:
Kostprijs per eenheid = totale kosten / aantal geproduceerde eenheden
Kostprijs per eenheid = € 14.000 / 2.000 kaarsen = € 7
Elke kaars kost dus € 7 om te maken. Het bedrijf moet elke kaars voor meer dan dat bedrag verkopen om winst te maken.
Rekenhulp voor de kostprijs per eenheid
Wil je de kostprijs per eenheid makkelijker berekenen? Kopieer dan deze spreadsheettemplate, die het rekenwerk voor je doet. Vul de prijs en de hoeveelheid van het product in en de template berekent de kostprijs per eenheid.
Ken je je kostprijs per eenheid, dan moet je nog een prijs vaststellen waarmee je winst maakt. Met de margecalculator van Shopify test je verschillende prijzen tegen je kosten. De meeste retailers streven naar een winstmarge van 50% of meer, maar de juiste marge hangt af van je branche.
Veelgestelde vragen over het berekenen van de stuksprijs
Hoe bereken je de stuksprijs?
De stuksprijs bereken je met een eenvoudige formule. Zoek eerst de totaalprijs van het product en bepaal dan de totale hoeveelheid in liters, kilogrammen of aantal stuks. Deel tot slot de totaalprijs door de hoeveelheid. Kost een pot pastasaus van 400 gram bijvoorbeeld € 3,20, dan is de prijs per gram € 3,20 / 400 = € 0,008, oftewel € 8 per kilogram.
Wat is het verschil tussen de stuksprijs en de verkoopprijs?
De verkoopprijs is wat je betaalt voor het product, ongeacht de grootte of hoeveelheid. De stuksprijs rekent die verkoopprijs om naar de prijs van één eenheid, ook als het product in een grotere verpakking wordt verkocht. Bij een product dat per stuk wordt verkocht, zoals één chocoladereep, zijn de verkoopprijs en de stuksprijs gelijk.
Hoe bereken je de stuksprijs in Excel?
Excel is een handige rekenhulp voor de stuksprijs. Zet de totaalprijs van een product, bijvoorbeeld een doos eieren, in een cel. Zet het aantal eenheden, in dit geval 12 eieren, in de cel ernaast. Deel in een derde cel de eerste cel door de tweede, bijvoorbeeld met de formule =A1/B1. Het resultaat is de stuksprijs.




